Terugblikje Geheugenkoor Alkmaar

7 oktober 2016

 

Herfst en romantiek. Dat is het thema van vanmiddag. Toepasselijk. Want het weer is nu toch echt aan het veranderen. 's Nachts is het koud, 's morgens echt fris en 's middags af en toe nog een heerlijk zonnetje. Als je in het bos fietst moet je uitkijken voor neerkomende eikels en kastanjes.

 

In de herfst bllijven we weer meer binnen. Maar wat je daar ook gaat doen, denk aan de buren! Zuster Klivia waarschuwde daar al voor:

niet met de deuren slaan!
ja zuster, nee zuster!
niet op de stoelen staan!
ja zuster, nee zuster!
denk aan de buren!
ja zuster, nee zuster!
't zijn heel dunne muren!
ja zuster, nee zuster!
laten we allemaal doen wat we willen
zonder te schreeuwen en zonder te gillen
doe wat je het liefste doet
ja zuster, nee zuster
dan is het altijd goed
ja zuster, nee zuster, ja zuster, nee zuster, ja zuster, nee zuster

ja zuster, nee zuster!
ja zuster, nee zuster!
ja zuster, nee zuster!

(uit de televisieserie Ja Zuster, Nee Zuster; Tekst Annie M.G. Schmidt,  muziek Harry Bannink)

 

De herfst is een goede tijd voor sprookjes en romantiek. Vanmiddag dus ook. We zingen het lied Sprookjes van de Selveras en Ans en Ton draaien ongemerkt de dansvloer op. In het lied zien de mensen de sprookjes nog niet. Nou, wij wel! (De tekst van het lied staat onder dit Terugblikje.)

 

En stormachtig! De herfst gaat vaak gepaard met hevige stormen. Daar past het lied Storm op zee bij.

Storm op zee
Je benen stevig op het dek
Je hoofd geheven in je nek
Storm op zee

We stampen stevig op de grond en gooien ons hoofd in de nek. Alsof dat niet wild genoeg is, willen Gertje en Loek er ook nog een canon van maken. Maar dat gaat niet helemaal goed. Of gaat het hopeloos mis? (Is het glas half vol of half leeg?) De groep van Gertje stopt om opnieuw in te vallen. Het mag niet baten. De tweede groep presteert het zelfs om voor de eerste groep klaar te zijn.

Gertje en Loek leggen zichzelf huiswerk op. Zij gaan nog eens goed bestuderen hoe dit lied in een canon gezongen kan worden De zangers zijn het hiermee eens. Tja, want aan hen ligt het niet!

 

Daarna gaat een lied helemaal geweldig. Als we het lied Een vriend'lijk aardig vogelijn willen gaan zingen, vraagt Ans "Mag ik het zingen?" Natuurlijk mag dat. En daar gaat ze. Broos, mooi.

Een vriend'lijk aardig vogelijn
Zong in de held'ren zonneschijn
Op zachten toon zijn afscheidslied:
Vergeet den kleinen vogel niet!

De zangers vallen spontaan bij het refrein in.

Vaarwel, vaarwel,
Vaarwel, de tijd vliedt snel,
Vaarwel, vaarwel.

En zo zingen Ans en de zangers beurtelings een couplet en het refrein. Tevreden gaan we de pauze in.

 

Een goede samenwerking. We zien die ook weer bij het gedicht. Bob vond het gedicht Oktoberkind van Liselore Gerritsen. Hij gaf het aan Margriet om bij het koor voor te dragen. Zij vindt het niet alleen een mooi gedicht, maar ook speciaal. Speciaal omdat haar kleindochter deze maand haar eerste verjaardag viert. Een oktoberkind dus. Ze declameert met krachtige stem. Tot de laatste regels. Dan raakt ze geŽmotioneerd. Een goed gedicht, goed gevonden, goed voorgedragen!

 

Tenslotte speelt Gertje nog op haar dwarsfluit La Folia. La Folia is een van de oudste thema's in de Europese muziek. Gedurende de afgelopen vier eeuwen hebben meer dan 150 componisten dit thema gebruikt. Gertje speelt de variatie geschreven door Corelli (1700).

 

Met vriendelijke groet,

Marja Ruts

 

 

Het sprookje
(tekst/muziek: Beart/H. Bordon/uitvoering: De Selvera's)

Weet je dat er sprookjes zijn
Die nooit zijn opgeschreven
Sprookjes, die voor groot en klein
Voor altijd blijven leven
Altijd, altijd schijnt een zon of een maan
Altijd, altijd blijven de sprookjes bestaan

Want zolang er bankjes zijn
Die onze liefde dragen
Zal men in de maneschijn
Steeds aan z'n liefste vragen
Altijd, altijd, hou je voor altijd van mij
Altijd, altijd, dat sprookje gaat nooit meer voorbij

En zolang de wind bestaat
Zullen de bomen ruisen
En zolang de zee bestaat
Zullen de golven bruisen
Altijd, altijd, is er een lied van de wind,
Altijd, altijd, of er een sprookje begint

Steeds weer zal het lente zijn
Met duizend bonte geuren
Bloemen bloeien groot en klein
Met duizend zoete geuren
Altijd, altijd zingt er een vogel zijn lied
Altijd, altijd is dat een sprookje of niet.

Maan en sterren kijken neer
Op tien miljoenen mensen
Die alleen en altijd meer
Beter en groter wensen
Altijd, altijd doen ze elkander verdriet
Daarom, daarom zien zij de sprookjes nog niet

  

Oktoberkind

Oktobermaand, geboortemaand
Je vruchten zijn geoogst
De zoete wijn is in het vat
Het hout gekloofd
Dat is waarom een oktoberkind van kinds af aan voldaan is
Omdat voor haar gevoel het werk gedaan is

Oktoberzon, geboortezon
De zon die ik verdien
Want of hij op- of ondergaat
Is niet te zien
Dat is waarom een oktoberkind net als oktoberbomen
De hele dag het liefste zit te dromen

Oktoberstorm, geboortestorm
Je hebt mijn bed gespreid
Je joeg de wolken uit elkaar
En net op tijd
Heb jij de bomen zo geschud dat zij hun blad verloren
En in dat gouden bed ben ik geboren

Oktoberdag, geboortedag
Als ik geweten had
Dat ik nooit meer zo goed slapen zou
Als in dat bed van blad
Was ik vanaf die eerste dag m'n hele lange leven
Met een glas rooie wijn in bed gebleven

Oktoberkind, oktoberkind
Opdat jij niet vergaat
De allerlaatste zoete braam
Is de eerste die jij eet
Een laatste warme zonnestraal verwarmt jouw eerste dag
En een laatste zwaluw die vertrekt is de eerste die jij zag
Dat is waarom een oktoberkind niet gelooft in laatste dingen
't Zal een herfstdag als een lentedag bezingen

 

Liselore Gerritsen